Boom crosst in Overijse: 'Ik mis het veld niet'

Photo: courtesy
Hugo Tack

Photo: courtesy
Hugo Tack

Lars Boom won vorige week al bij zijn rentree in het veld in het Luxemburgse Leudelange, maar zijn echte terugkeer bij de grote jongens viert hij zondag in de Druivencross in Overijse. "Ik cross enkel en alleen om me voor te bereiden op het wegseizoen."

De Nederlandse veldritkampioen van Rabobank rijdt dit seizoen ook nog in het veld in Antwerpen, Zolder en Loenhout én op het Nederlandse kampioenschap (op 9 januari).

"Maar daar blijft het bij, ook als de resultaten goed zouden zijn. Na het Nederlands kampioenschap ga ik op stage met Rabobank naar Spanje", zegt hij in Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuws.

"Ik cross, omdat het veld een uitstekend middel is om me voor te bereiden op het wegseizoen", zegt Boom. Hij benadrukt dat hij eind januari zeker niet het WK in Sankt-Wendel zal rijden. "Die verleiding is er niet, ik blijf alles op de weg zetten."

"Maar ik cross nog altijd heel graag, ik ben er ook altijd mee bezig geweest. Wie op de crossfiets zit, wordt technischer en dat neem je mee op de weg."

Boom mist het veld niet. "Bij de wegploeg heb ik een hechte groep gevonden. Het is fijn om daar deel van te zijn. In het veld deed ik altijd mee voor de zege, maar ook op de weg. Ofwel probeer je zelf te winnen, ofwel probeer je een ploegmaat aan de zege te helpen."

Hoe goed is Lars Boom al in het veld? "Ik ben nu beter dan ik vorig seizoen ooit ben geweest. Ik werd vorige winter wel Nederlands kampioen (foto), maar het was allemaal erg nipt", geeft hij toe.

"Ik train al sinds een maand een paar keer per week in de bossen. In 2009 trainde ik in november en december alleen op de weg. Nu voel ik me makkelijker op de fiets en gaat het gewoon lekker. Ook de conditie is goed."

"Ik kan me wel niet permitteren om af te gaan. Maar was is dat? Als je bijna gedubbeld wordt, dan ga je af. Maar als ik in de top tien kan meedoen, zou dat leuk zijn."

"Als ik zondag kan winnen, zal ik het wel niet laten. Maar ik weet niet waar ik sta. En dan is Overijse wel een harde confrontatie. Maar het zou ook niet erg zijn als ik in Overijse tiende word, of vijftiende."


Misschien ook interessant: